Geldigheid automatisch opgelegde boetes

Zo nu heb ik uw aandacht. Wordt het niet eens tijd dat we gaan discussiëren over de vraag in hoeverre een computer een mens mag straffen? Deze vraag kwam onlangs aan de orde in strafrechtelijke jurisprudentie. Wat was het geval? Het RDW controleert automatisch door een vergelijking van bestanden of brommers verzekerd zijn. Als de computer registreert dat een brommer niet verzekerd is, krijgt de betreffende kentekenhouder een brief. In die brief wordt gevraagd om aan te tonen dat het voertuig ten tijde van de controle verzekerd was. Als de kentekenhouder niet binnen zes weken reageert, wordt een overdrachtsbestand gestuurd aan het CJIB dat vervolgens een boete oplegt. Bij die automatisch opgelegde boete wordt de verbalisantcode 404040 gebruikt. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde in een tussenuitspraak dat uit die code niet afgeleid kan worden welke opsporingsambtenaar in het concrete geval de gedraging heeft vastgesteld. Hierdoor kan niet vastgesteld worden wie de sanctie had opgelegd, ondanks dat er een specifieke opsporingsambtenaar (unitmanager) gekoppeld was aan het geautomatiseerde systeem. Deze tussenuitspraak kon op veel media-aandacht rekenen, want het gevolg kon zijn dat niet alleen deze boete, maar dat alle boetes die op die manier automatisch waren opgelegd, nietig zouden zijn. Nadat het Ministerie van Justitie extra informatie had verschaft, volgde deze zomer de einduitspraak. Het hof concludeerde toen dat het systeem in opdracht van de unitmanager zo is ingericht dat daaraan de beslissing ten grondslag ligt tot het opleggen van een boete. Kort gezegd, is het op die wijze automatisch opleggen van boetes dus gelegitimeerd. Het is begrijpelijk dat een opsporingsambtenaar een computer mag gebruiken voor het opsporen en opleggen van boetes. Dat er geen of nauwelijks nog menselijke interventie plaatsvindt bij het opleggen van fiscale verzuimboetes, vind ik echter een zorgwekkende ontwikkeling. Op talloze aanslagbiljetten zie ik dat verzuimboetes automatisch opgelegd zijn door ‘de inspecteur’. Dat het ‘de inspecteur’ is, kan herleid worden uit een minuscule tekst in de kantlijn van het aanslagbiljet. Wie die ‘inspecteur’ is, kan ik niet zien. Bij het opleggen van verzuimboetes zijn er naar mijn mening twee momenten relevant: het automatisch vaststellen dat een bestrafbare gedraging heeft plaatsgevonden (door het koppelen van bestanden); het automatisch straffen als een bestrafbare gedraging wordt geconstateerd. In het belastingrecht gebeuren beide handelingen veelal tegelijkertijd en automatisch. Deze manier van werken leidt bij mij tot talloze vragen, maar in deze column beperk ik mij slechts tot enkele om u alert te maken. De Belastingdienst beschikt over een omvangrijk (digitaal) informatiesysteem met allerlei informatie die is opgevraagd bij belastingplichtigen en bij derden. In hoeverre mogen bestanden (binnen de overheid) gekoppeld worden om bestrafbare gedragingen automatisch vast te stellen? Wordt om efficiencyredenen die grens niet steeds verder opgerekt? Worden hierdoor almaar meer soorten gedragingen automatisch bestraft? Moeten boetes niet veel zorgvuldiger opgelegd worden? En wat is nog acceptabel met betrekking tot de formele vereisten bij het opleggen van boeten? Is een standaardtekst op een aanslagbiljet daartoe echt voldoende? Laten we het hier eens over hebben!

Wees Sociaal, Deel!

    Geef een reactie